Met de herdenking van de 1ste Wereldoorlog 1914—1918 in het vooruitzicht hebben de in Brabant woonachtige fotograaf L.J.A.D. Creyghton en de in Brussel wonende schrijver, dichter en historicus Serge R. van Duijnhoven het plan opgevat om een ­bijzonder project te concipiëren. Het bestaat uit door Van Duijnhoven opgetekende verhalen en gedichten, alsmede door Creyghton gefotografeerde landschappen waarbij de ruim duizend kilometer lange frontlijn wordt gevolgd die loopt van het Belgische Nieuwpoort en Ieper via Verdun in Frankrijk, richting Basel, een en ander volgens de beschreven plaatsen uit dagboeken van een aantal oudstrijders van de 1ste Wereldoorlog. Het wordt een zoektocht in woord en beeld naar de ‘Genius Loci’ en het zelfreinigend vermogen van mens en natuur. Als vanzelf komt hierbij het existentiële en prangende vraagstuk aan de orde of de mens van nature goed of slecht is.

Uitgangspunt voor deze zoektocht zijn de aangrijpende en persoonlijke ­aantekeningen en dagboekverslagen van o.m. Odon van Pevenaege, Louis Barthas, Maurice Genevoix, John Jackson en Carl Heller; een Belgische, twee Franse, een Engelse en een Duits-Nederlandse soldaat. Mannen die in de loopgraven van 1914—1918 vochten voor eer, volk en vaderland maar desondanks de (mede)menselijkheid niet uit het oog verloren. Zoals Louis Barthas [Frankrijk/1879—1952] in een van zijn dagboeken schrijft: “…Gemeenschappelijk leed smeedt de harten aaneen en doet de haat verdwijnen. Tussen onverschillige mensen en zelfs tegenstanders ontstaat sympathie. Hadden we maar dezelfde taal gesproken!”

De auteur en fotograaf bezoeken een aantal van de in de dagboeken beschreven plaatsen, noteren met pen en recorder, illustreren en fotograferen en komen uiteindelijk tot een selectie van circa 60 foto’s—merendeels panoramische landschappen—en evenveel teksten welke zowel feit als fictie evenals heden en verleden zullen representeren.

Het is de bedoeling de integrale tekst te vertalen in het Frans, Engels en Duits zodat er uiteindelijk een meertalige editie verschijnt die beschikbaar wordt gesteld aan een breed publiek.

Modulaire Vorm: Onder voorbehoud van voldoende financiering door meerdere partijen werken we met een zestal modulen; modulen die op zichzelf staand zeer waardevol zijn en bestaansrecht hebben maar die mét elkaar een meerwaarde krijgen en elkaar absoluut kunnen versterken:

  • een meertalige website
  • publicatie van een boek met daarin circa zestig landschappen en een aantal verhalen waarbij heden en verleden versmelten en waarbij de menselijke maat, compassie, verbroedering en ‘morele duurzaamheid’ het uitgangspunt zijn.
  • reizende tentoonstelling door BE, NL, FR, UK, DE
  • publicatie van een APP
  • educatief traject: ontwikkeling met onderwijsdeskundigen van een lesbrief voor studenten van het middelbaar- en hoger onderwijs, lezingen en workshops
  • literair-muzikale bijeenkomsten met  Dichters Dansen Niet
    
    

Het Doel: Het Hindenburgline Project ambieert met “Hadden we maar dezelfde taal gesproken!” mensen uit een zo breed mogelijke laag van onze multiculturele samenleving kennis te laten nemen van en zich te verdiepen in ‘Het Zelfreinigend Vermogen van Mens en Natuur’. Dat doen we door het zo belangrijke deel van onze geschiedenis, dat de bakermat is voor het Europa van nú, te belichten middels een literair-kunstproject.

Door beeld, tekst en geluid [met een website, meertalig boek, reizende tentoonstellingen, een educatief traject en muzikaal-literaire bijeenkomsten] hopen we ons beoogd publiek—jong en oud, van alle afkomst, gezindten en religies in onze multiculturele samenleving—te stimuleren van onze voorouders, van onze geschiedenis én van elkaar te leren, elkaar te willen begrijpen (”Hadden we maar dezelfde taal gesproken!”), elkaar te respecteren en door ontmoetingen en samenwerkingsverbanden zelfs te inspireren. We ambiëren het project niet alleen in Nederland en België voor het voetlicht te brengen maar ook in Frankrijk, Engeland en Duitsland.

Met het décor van de 1ste Wereldoorlog als uitgangspunt én voorbeeld om hun verhaal te vertellen, trekken Creyghton en Van Duijnhoven met hun werk visueel én literair parallellen vanuit het verleden naar het heden en vanuit het heden naar de toekomst. Door de panoramische landschapsfoto’s van L.J.A.D. Creyghton i.c.m. de proza en poëzie van Serge R. van Duijnhoven willen we de aandacht vestigen op het onderwerp en het belang van niet alleen feitelijke maar vooral ook van de morele duurzaamheid.

Op 30 april 2016 zal de tentoonstelling voor genodigden openen in het gerenommeerde De Pont Museum te Tilburg (NL) en inmiddels zoeken we naar plaatsen in België, Frankrijk, Engeland en Duitsland waar het project getoond zou kunnen worden.

Dichters Dansen Niet / Poets Don’t Dance: Sinds het millenium treden dichter Serge R. van Duijnhoven (1970), dj Fred dB (Fred de Backer, 1967) en pianist Edwin Berg (1972) in binnen- en buitenland op onder de naam Dichters Dansen Niet. Het literair-muzikale gezelschap, met Van Duijnhoven als frontman, gaat een belangrijke rol vervullen bij de lezingen en workshops voor studenten, bibliotheken en bijeenkomsten met andere gezelschappen. Dichters Dansen Niet verbindt, zoals ze dat bij eerdere projecten hebben gedaan, de poëzie en proza van Van Duijnhoven met eigentijdse muziek.

Over hun recent verschenen ‘Vuurproef’, (2014/Nieuw Amsterdam), schrijft Menno Wigman in een recensie voor de Volkskrant: ‘Een stemmige, bij vlagen overrompelende cd die tot het beste behoort wat muzikanten en dichters in Nederland hebben bereikt.’

 

United we stand! We zijn inmiddels ver gekomen met dit ambitieus plan waarbij we nog steeds de steun ­kunnen gebruiken van meerdere partijen om het gezamenlijk tot een succes te maken.

Battlefields_Ieper_XL_1829pix
Ypres/Ieper, Belgium (C-print-dibond-perspex, 90x200cm)

 

Voor het beoogde indrukwekkende, complementaire, boek ‘Hadden we maar dezelfde taal gesproken!’ verzorgt schrijver/dichter/historicus Serge R. van Duijnhoven de literaire component. De auteur voorziet het oorlogslandschap dat op verstilde wijze voorbij komt in de fotografische werken van landschapsfotograaf L.J.A.D. Creyghton van klank en verhaal. Beeld en tekst vormen op verrassende wijze een twee-eenheid, wat tevens zal blijken uit de geraffineerde vormgeving van het boek. Net zoals eerder het geval was bij de gezamenlijke uitgave wat ik zie kan ik niet zijn (Pels&Kemper,’s-Hertogenbosch,2011), proberen fotograaf en schrijver ook in dit originele werk stem te geven aan talrijke Genius Loci (personen, factoren, omstandigheden) die langs de ruim duizendkilometerlange wandelroute terloops uit het voormalige front— en grenslandschap oprijzen.

Een kwestie van ogen en oren goed openhouden. Flink doorstappen en trachten om, met pen en papier in de hand en de Leica camera op het lichtgewicht carbon statief, de vervagende contouren van het verleden alsnog zo helder mogelijk vast te leggen. De echo’s op te vangen van het krijgsgewoel, de stemmen van de gevallenen, de fysieke en mystieke sporen aan het oppervlak te brengen die er in of onder het ooit zo rudimentair verstoorde en verschroeide landschap zijn achtergebleven. In dit boek wordt De Groote Oorlog op het continent kilometer na kilometer, verhaal na verhaal, mensenleven na mensenleven, op zintuiglijke wijze weer tot leven gewekt. De historie opnieuw voelbaar, aanschouwelijk en daarmee ook voor jongere generaties begrijpelijk gemaakt.

De Hindenburglinie* die voor dit boek wordt gevolgd van de Westhoek in België langs Ieper tot diep in Frankrijk, richting Basel, is op te vatten als een episch jaag— en wandelpad langs de grillig meanderende bedding van verschillende landstalen, volksculturen en sociale maatschappelijke differenties die tussen 1914 en 1918 op catastrofale wijze met elkaar in botsing zijn gekomen.

 

Hindenburg_line

* Het Westfront of de Hindenburglinie bestond uit vijf operationele zones (Stellungen) met namen uit de Germaanse mythologie. Dat waren, van noord naar zuid: Wotan, Siegfried, Alberich, Brunhilde en Kriemhilde. De stellingen bestonden uit talloze betonnen kazematten (bunkers met machinegeweren), zware rollen prikkeldraad, kilometers tunnels, ontelbare loopgraven en commandoposten.

 

Het traject van ruim duizend kilometer, honderd jaren, duizenden verhalen en miljoenen mensenlevens, voert ons naar het hart van de materie. Naar een claustrum in de Tijd, waar heden en verleden zich op een of andere wijze met elkaar schijnen te kunnen verenigen. Het gemopper van talrijke te wapen geroepen individuen, het gezucht van mannen en vrouwen uit de ziekenboeg, de sterke verhalen van de vele smokkelaars die met hun contrabande de frontlinies en het prikkeldraad tussen de strijdende partijen trachtten te pareren, de cynische getuigenissen van de meisjes van lichte zeden die in dag— en nachtploegen in de dorpjes achter het front de soldaten met congé weer een beetje leven in dienden te pompen…Hier en daar zelfs ook de klaagzang van een verschroeide heuvel die in de loop der strijd al zijn begroeiing en gewas, zijn flora en fauna heeft zien sterven. Om plaats te maken voor de oneindig ruwere versie van de het leven dat zijn holen en gangen voorheen vooral ondergronds in stille werkzaamheid placht te volvoeren. De menselijke insectenlegers van de dood, die de natuur op brute wijze omploegden, afgroeven, aan flarden reten. In ‘Hadden we maar dezelfde taal gesproken!’ komen al deze verschillende facetten van de strijd aan bod in treffende miniaturen, dialectische klankdichten en schilderachtige taferelen. Om zich gaandeweg—na een lange weg van veelvuldige verschillen en een myriade aan schakeringen—toch weer aaneen te plooien tot een overzicht. Een panoramisch tafereel. Een veelluik met vlakken die alle tezamen weer tot een geheel open kunnen worden geklapt.

Het conflict dat met de knal uit een pistool begon, op een brug in Sarajevo. En dat vier jaar later was aangezwollen tot een Titanenstrijd tussen de natiestaten van onmenselijke, zeg maar Olympische kwaadaardigheid. Wat aanving als een werveling in het luchtruim die op honderd meter afstand al nauwelijks meer te horen was, ontaardde in een orkaan die honderd jaar later nog altijd suizingen nalaat in onze oren en een blinde vlek creëert in onze ogen. Verwarring ook, om zoveel vernietigingsdrang die al die miljoenen en miljoenen Europeanen volledig in de ban had. Zoveel opgeklopte haat, zoveel moedwil, misverstand en onvermogen. De verschrikkingen die er het gevolg van waren. Dat zelfs het normaal zo stille landschap een eeuw na dato nog verzucht: “Hadden we maar, hadden we maar…hadden we maar dezelfde taal gesproken.”

Het boek ‘Hadden we maar dezelfde taal gesproken!’, fungeert als een literaire reisgids en fotografische routemap. Tekst en beeld voeren de lezer van nu, op gedistingeerde wijze terug naar de hallucinante hoogtijdagen van de natiestaten die in onderlinge allianties en met een ijzingwekkende doodsdrift hun lotsbestemming uitvochten in de loopgraven en op de slagvelden tussen Ieper en Verdun.

L.J.A.D. Creyghton en Serge R. van Duijnhoven leveren met ‘Hadden we maar dezelfde taal gesproken!’ een werk af dat op verstilde wijze het zich ondanks alles herstellende landschap van nu laat spreken met de authentieke en schrille stemmen van mensen uit het verleden. De rijke waaier aan panoramische landschapsfoto’s in Creyghton’s kenmerkende stijl en sfeer én de pakkende levensverhalen die door Van Duijnhoven in zowel proza— als poëzievorm worden gegoten, leveren—als De Groote Oorlog zijn eerste honderdjarige jubileum beleeft—een eigenzinnige bijdrage aan dit treurige maar noodzakelijke eeuwfeest. Bijeengehouden door een kader van talrijke overkoepelende historische beschouwingen, krijgt dit boek ook een educatieve bestemming die het geschikt maakt als lesmateriaal voor studenten uit het middelbaar en hoger onderwijs die het verleden op intense, hermeunistische wijze gewaar willen en kunnen worden.

Het boek is op te vatten als een zintuiglijk panorama waar de lezer aan de hand van de makers mee doorheen kan wandelen. Het kabaal van De Groote Oorlog, en de weerklank van de kleinmenselijke emoties die het gevolg zijn van de zich eindeloos voortslepende strijd in en rond de loopgraven, wordt hoor— en voelbaar op de pagina’s. De humane tragedie die zich aan weerszijden van taalgrenzen en frontlinies aftekende in het versplinterde Europese landschap, ontvouwt zich stukje bij beetje opnieuw tussen de regels en de landschapsportretten in.

 

De geschiedenis hoorbaar, invoelbaar, voorstelbaar en wat meer begrijpelijk gemaakt. Dat is de premisse zowel als het einddoel van het boek.


— UNITED WE STAND —

Dit project kan uitsluitend bestaan
bij de gratie van heel veel sympathisanten.

Mogen wij u vragen ons project te ondersteunen door
Partner, Sponsor, Begunstiger (Poppy)
of een van onze
100VRIENDEN
te worden?

Ga dan naar onze Support Us  pagina of informeer bij:

office@hindenburgline.eu