naar Withuis

8 augustus 2013 /

Withuis_grens_MK_IMG_3039bij de grensovergang Withuis  // © foto: Martijn Kicken

De Maastricht-kenner Martijn Kicken nodigde ons uit een dagje Maastricht en omgeving  te doen en ons te brengen naar de voormalig grensovergang Withuis (bij Eijsden) waar Kaiser Wilhelm-II op 10 november 1918 vanuit België naar Nederland kwam om zijn leven voortaan als balling te slijten te Huis Doorn.

 

Waar ligt Withuis?

Waar ligt Eèsjde_IMG_3069

Martijn Kicken en Serge R. van Duijnhoven in discussie op de wijngaard van de Apostelhoeve Maastricht

 

…Keizer Wilhelm was die zondagmorgen 10 november 1918 rond vier uur vanuit Spa met zijn trein naar Nederland vertrokken. Maar zijn gezelschap vond het niet verstandig dat hij door het woelige Luik zou treinen. Daarom stapte de keizer met zijn gevolg vóór Luik over op auto’s.
Na nogal wat omzwervingen door de Belgische grensstreek kwam de colonne tegen half zeven in de ochtend bij Withuis aan. Daar hield sergeant Pierre Pickers uit Gronsveld de stoet tegen. Het smoesje van de Duitsers dat zij geïnterneerd wilden worden in Maastricht en dat “de Hollandsche regeering er van wist”, werd door Pinckers niet geloofd. Zo vertelde hij tenminste tegen de Limburger Koerier, begin november 1938.

Toen Pinckers een van de officieren herkende als de keizer, belde hij de douanebeambte uit zijn bed. Die had een foto van de keizer in huis, en Pickers’ vermoeden werd bevestigd. Er volgde druk telefonisch overleg met het garnizoen in Maastricht. Van daaruit met de ministerraad in Den Haag, die besloot de keizer voorlopig gastvrijheid te verlenen.

Even later wandelde het gezelschap, aangevoerd door garnizoenscommandant Van Dijl uit Maastricht, van Withuis naar het station Eijsden, waar enkele uren later de keizerlijke trein arriveerde vanuit Visé.

Het was de toenmalige commissaris van de koningin in Limburg, gouverneur E.O.J.M. baron van Hövell tot Westerflier, die hem diezelfde dag op het perron van Eijsden het besluit uit Den Haag meedeelde en wel ‘…in de meest verschoonenden vorm…’. De keizer werd toegelaten, maar met (levenslang) zeer beperkte bewegingsvrijheid. ‘De kroonloze vorst werd uitgenodigd te bevelen, dat de trein hen ‘s-anderendaagsch [11 november] vroeg naar het Noorden zou voeren. Een oogenblik keek de ex-keizer den vertegenwoordiger van H[are] M[ajesteit] in dit gewest stilzwijgend aan; dan zeide hij rustig en gelaten: “Ich hab’ ja nichts mehr zu befehlen” ‘.

Bron: forum.mestreechonline.nl